Werken als je rouwt: ‘Ik zag mijn verdriet in de ogen van collega’s’

Rouwen doe je niet op gezette tijden, zo ervoer journalist Lisanne van Sadelhoff (30). ‘Er waren dagen dat ik tijdens werktijden alleen maar door mijn moeders Facebookpagina zat te scrollen. Urenlang.’ Hoe moeten werkgevers en collega’s omgaan met rouwende collega’s?

Drie jaar geleden appte ik de chef van één van mijn vaste opdrachtgevers dat ik weer wilde komen werken. Ik was freelancejournalist, werkte op verschillende redacties en mijn mooie moeder was net een week dood na een ziekbed van zeven maanden. Zeven maanden lang hadden mijn familie en ik gemantelzorgd. Om heel eerlijk te zijn: ik snákte naar mijn collega’s, en een beetje ritme, regelmaat. Leven.

Mijn chef – zo een die uit ’t goeie hout gesneden is, zeg maar – stelde geen lastige vragen. Hij opperde om met een ochtenddienst te beginnen, want dan zijn er nog niet zo veel collega’s. ‘Hoef je geen vol kantoor binnen te lopen.’ Ik stuurde hem terug dat dat een briljant idee was.

Knuffels en chocola

Want het was verdomd moeilijk mijn collega’s weer onder ogen te komen. Alsof ik in hún blikken mijn eigen verdriet weerspiegeld zag. Toch vond ik het fijn om er weer te zijn. Ik kreeg knuffels. Een hand op mijn schouder. Een reep chocola op mijn bureau. Wat ik toen nodig had, daar, op de werkvloer, en ook kreeg? Erkenning. Even stilstaan bij het verdriet, maar daarna ook weer: dóórgaan.

Daar had Loes van Heijningen, die in de zorg werkte, ook behoefte aan nadat haar schoonfamilie was overleden bij de MH17-ramp. ‘Na die eerste periode van de shock en het regelen, vond ik het heel fijn om weer te kunnen werken. Het was voor mij een uitlaatklep.’ En ook een plek waar ze kon huilen. ‘Thuis was ik een rots in de branding voor mijn man en zoon, op het werk kwamen de tranen soms.’

Uitval door verlies

Toch lukt het niet iedereen om te (blijven) werken in een periode van diepe rouw. Uit onderzoek blijkt dat 23 procent van de weduwen of weduwnaars niet meer terugkeert op het werk na het overlijden van een partner. Het verlies van een dierbare levert gemiddeld 170 dagen verzuim op, zo blijkt uit onderzoek van ArboNed uit 2012. Hoe werkgevers met je verdriet omgaan, blijkt essentieel. De leidinggevende wordt door 45 procent van de rouwenden in Nederland ervaren als een belangrijke krachtbron tijdens het rouwproces. Ook collega’s worden als zeer steunend ervaren – als ze ten minste iets durven te zeggen.

‘Niets is pijnlijker dan zwijgen’, zegt ook Joyce Neijenhuis. Als bedrijfsmaatschappelijk werker begeleidt ze werkgevers en werknemers bij rouw op het werk en zij was degene die het ArboNed-onderzoek deed. ‘Het is belangrijk om empathie te tonen, iemands verdriet echt zíén. Ik ben weleens gebeld door een werkgever. Die zei: ‘Ik sta op het punt naar de crematie te gaan van de vrouw van mijn werknemer. Wat is een goed moment om te vragen wanneer hij weer kan werken?’ Ik wist niet wat ik hóórde.’

Máár, waarschuwt Neijenhuis: ‘Ik zie soms ook wel dat werkgevers of collega’s een werknemer te veel pamperen. Ook niet goed. Dat tegen de rouwende wordt gezegd: ‘Laat dat maar aan mij over, jij hébt het al zo zwaar.’

Wat ikzelf vaak hoorde, was dat mensen er niet over durfden te beginnen. Dan zeiden ze: ‘Ik ben bang dat ik je help herinneren aan het verlies.’ Maar zo werkt het – denk ik – niet. Ik dacht niet aan het verdriet, ik wás het verdriet. Steeds wanneer ik weer een nieuwe ruimte betrad, dacht ik: ik ben hier voor het eerst als halfwees. Toen ik inlogde, logde ik voor het eerst in als halfwees. Het eerste kopje koffie, de eerste vergadering, de eerste kantinelunch: halfwees, halfwees, halfwees.

Herstel- én verdrietgericht

Een goed, ‘normaal’ verlopend rouwproces bestaat uit herstelgericht rouwen en verliesgericht rouwen. Neijenhuis: ‘Bij het verliesgericht rouwen sta je stil bij het verdriet, bij het herstelgericht rouwen kijk je naar hoe je je leven weer kunt oppakken. Rouwen is eigenlijk de beweging tussen verdriet voelen en bezig zijn met herstel. Werk speelt daarin een grote rol, vooral bij dat herstel.’

Dat merkte ik zelf ook. Hoewel ik soms opzag tegen de dag – en dan vooral tegen het praten over koetjes en kalfjes met collega’s – deed werken me goed. ‘Het is belangrijk de drempel om weer te werken te verlagen’, zegt Neijenhuis. Zo kan een werkgever voorstellen dat de werknemer van tevoren kan aangeven: ik heb een kutdag. Dat kan fysiek op kantoor, maar ook online, nu we grotendeels vanuit huis werken. ‘Dan kun je de afspraak maken dat de werkgever om 11 uur even controleert hoe het gaat.’

Een werknemer moet zich veilig voelen, stelt Neijenhuis. ‘Laatst sprak ik een man die zijn vrouw was verloren. Hij had er veel baat bij om elke dag even te wandelen met een collega met wie hij goed overweg kon. Als je dat soort dingen kan integreren in iemands werkdag, dan helpt dat.’

Weinig concentratie

Rouw maakt kwetsbaar. In mijn boek dat ik daarover schreef, heb ik het over de kaasschaaftheorie. Het was alsof mijn opperhuid er met een kaasschaaf vanaf was gehaald, waardoor ik veel gevoeliger werd. Elk geluid – een schuivende bureaustoel, de bulderlach van een collega – kwam keihard binnen. Het maakte dat ik aan het begin van mijn werkdag al doodop was.

Loes van Heijningen herkent dat. ‘Mijn concentratie was heel slecht. Ik moest ondersteuningsplannen schrijven voor mijn cliënten, maar dat lukte niet meer onder werktijd.’ Toen haar werkgever erachter kwam, kreeg ze te horen dat ze te lang in de ‘rouwsores’ bleef hangen. ‘Hij had zoiets van: het is al een halfjaar geleden. Mijn verdriet werd niet meer erkend.’ Uiteindelijk werd Loes’ contract niet verlengd.

Geen einde aan de rouw

‘Het is voor werkgevers en collega’s vaak lastig dat een rouwproces geen einddatum heeft’, verklaart Neijenhuis. ‘Dat kan pijnlijk zijn.’ Ikzelf ervoer dat sommige collega’s haarscherpe voelsprieten hadden, en ook na een jaar nog aan mij vroegen of het ging. Fijn. Maar er waren ook mensen die na een paar maanden achteloos vroegen: ‘Alles goed?’

Wat Neijenhuis ook vaak merkt: mensen willen een oplossing bieden. ‘Maar voor zo’n groot verlies ís geen oplossing.’ Wat een collega dan kan doen? ‘Naast iemand staan, met iemand meeveren. Vragen of iemand erover wil praten.’ En, mijn advies: niet vragen of ‘alles’ goed is. Maar: ‘Hoe voel je je vandaag?’

Ga het gesprek aan

Hier ligt ook een taak bij de rouwende, stelt Neijenhuis. ‘Geef bij je baas, maar ook bij je directe collega’s, aan waaraan je behoefte hebt. Rouw is uniek proces. Niemand kan ruiken wat goed is voor jou.’

In zo’n gesprek is het belangrijk eerlijk te zijn – aan beide kanten. ‘Het kost een werkgever nou eenmaal geld als iemand uitvalt’, zegt Neijenhuis. Ze raadt werkgevers ook aan om van tevoren te zeggen wáár een gesprek over zal gaan. ‘Dan kun je je erop voorbereiden dat het gesprek zal gaan over het verzuim.’

Neijenhuis benadrukt dat het goed kan zijn zulke gesprekken te voeren met een onafhankelijke expert erbij. Haar onderzoek wees uit dat er sprake is van vermindering van 47 verzuimdagen wanneer er gespecialiseerde rouwbegeleiding wordt toegepast. ‘Soms denk ik dat ik mijn baan nog had gehad als mijn werkgever ook een expert in huis had gehaald’, zegt Loes van Heijningen. ‘Ik voelde me zó onbegrepen. Ik gun het niemand om eerst een geliefde te verliezen, en dan ook nog eens je werk. Door kennis in huis te halen, kun je iemand zo’n extra klap besparen.’

Bron: intermediair.nl, geschreven door Lisanne van Sadelhoff

Wilt u bedrijfsmaatschappelijk werk inschakelen?
Neem dan contact met ons op.