Dubbel kind van de rekening

Voor bedrijfsmaatschappelijk werkers zijn het momenteel vreemde tijden. We veranderen fysieke spreekuren met medewerkers en leidinggevenden in onze spreekkamers in online spreekuren, bij voorkeur met beeld om zo ons vak toch nog zo goed mogelijk uit te voeren.

We merken als professionals dat het online verbinden ons meer energie kost, de zintuigen die je normaal vrij natuurlijk en vrij onbewust gebruikt, zijn nu niet goed te gebruiken. Het intermenselijke contact is zo belangrijk in ons vak maar ook in de contacten naar onze vrienden, familieleden en dierbaren. In ons dagelijkse werken komen we problematiek tegen die we normaal ook tegenkomen, maar het coronavirus heeft invloed op ons totale dagelijkse leven zowel op het werk als privé. Dat maakt dat de hulpvragen ook anders zijn van de medewerkers en leidinggevenden die wij spreken.

Een ouder in de gevangenis

Gisteren werd ik verrast door een vraag over een doelgroep die ik nergens in de media ben tegengekomen. Niet op Twitter, niet op Facebook, niet op LinkedIn maar ook niet in de vele talkshows op de televisie. Een doelgroep die vergeten lijkt te zijn, namelijk de kinderen waarvan een ouder in de gevangenis verblijft. Deze kinderen kunnen vaak niet videobellen met vader of moeder en hebben alleen mondjesmaat telefonisch contact met hun ouder.

Een groep waar ik als bedrijfsmaatschappelijk werker niet veel mee te maken heb, maar des te schrijnender als ik dit soort verhalen wel hoor van de ouders en andere familieleden. Wat maakt dat deze groep niet in beeld is? Heeft dat te maken met het “oergevoel” van sommigen “eigen schuld, dikke bult”, of het gevoel dat had die vader (of moeder) maar niet het verkeerde pad op moeten gaan.

Een gevoel dat wellicht te begrijpen is, maar hoe staan we ten opzichte van de kinderen. Deze groep heeft geen invloed op de daden van papa of mama, of op het gedrag van hun omgeving. Maar deze groep mist wel het contact met de ouder, vooral in een tijd die voor hen ook ontwrichtend is. Geen contact met de juf of meester, verminderd contact met opa en oma, verminderd contact met de buren. En hoe schrijnender is de positie van deze kinderen als familieleden (en dus ook de kinderen) van een gedetineerde al veroordeeld is door hun omgeving alsof zij de dader zijn. Zij bevinden zich dan al veel langer in een sociaal isolement.

Een kille en koude tijd voor juiste deze groep. Ik heb er geen oplossing voor, maar vind het wel belangrijk dat deze kinderen en hun thuisblijvende ouder wel gezien en gehoord worden door ons als mens maar ook als professionals.

Dus de vraag aan de leiding van de penitentiaire organisaties: op welke wijze zien en horen jullie deze groep kinderen en ouders?

En de vraag aan hulpverleners: herkennen jullie deze roep om aandacht?

En de vraag aan alle Nederlanders: wilt u uw hart openstellen voor deze kinderen?

Wilt u bedrijfsmaatschappelijk werk inschakelen?
Neem dan contact met ons op.